Kleefkruid: meer dan een hardnekkig onkruid
Kleefkruid (Galium aparine) is een éénjarige plant die, met name in het voorjaar, veel voorkomt in Nederlandse tuinen. Vanwege zijn snelle groei en hardnekkige hechting aan kleding, huid en andere planten wordt het vaak gezien als hinderlijk onkruid. Toch heeft kleefkruid ook een aantal opmerkelijke en waardevolle eigenschappen.
Groeiplaats en herkenning
Kleefkruid groeit vaak in de halfschaduw, aan randen van tuinen, onder heggen, langs slootkanten en in verwilderde hoekjes. Vooral in vochtige, stikstofrijke bodems breidt het zich snel uit. De plant heeft lange, slappe stengels die tot meer dan een meter kunnen groeien. Rond deze vierkante stengels bevinden zich kransen van zes tot acht bladeren. Zowel de stengels als bladeren zijn voorzien van kleine haakvormige borsteltjes waarmee de plant zich vastgrijpt aan alles wat in de buurt staat.
Bloei en verspreiding
Kleefkruid bloeit van april tot juni met kleine, witgroene bloemetjes. Deze zijn vrij onopvallend, maar worden graag bezocht door insecten. Na de bloei vormen zich ronde, stekelige vruchtjes die zich eveneens makkelijk vasthechten aan vacht en kleding. Zo verspreidt de plant zich effectief over grotere afstanden.
Ecologische waarde
In de tuin levert kleefkruid een bijdrage aan de biodiversiteit. De plant fungeert als waardplant voor diverse insecten, waaronder het boomblauwtje (Celastrina argiolus). Door zijn snelle groei bedekt kleefkruid open plekken en voorkomt het daarmee erosie. In natuurlijke tuinen mag het (in toom gehouden) een rol spelen als bodembedekker in schaduwrijke zones.
Culinaire en geneeskrachtige toepassingen
De jonge kleefkruidscheuten zijn eetbaar en kunnen, na kort koken, verwerkt worden in soepen of groentegerechten. De smaak is mild en lichtzoet. Paarden vinden jong kleefkruid trouwens ook een lekkere snack. Het bevat namelijk slijmstoffen, saponinen en andere werkzame stoffen die een zuiverende werking op het lymfestelsel zouden hebben. Verder is het rijk aan mineralen, zoals silicium en kalium waardoor het kan bijdragen aan een gezonde huid en vacht.
In de kruidengeneeskunde wordt kleefkruid ingezet bij huidklachten en opgezwollen lymfeklieren, maar ook bij urinewegaandoeningen.
Beheersing
Hoewel kleefkruid positieve eigenschappen heeft, is het belangrijk om de plant vroeg in het seizoen in te perken / te verwijderen, bij voorkeur vóór de bloei. Door zijn snelle zaadvorming kan het zich namelijk binnen korte tijd sterk uitbreiden. De lange stengels zijn, vooral bij een vochtige bodem, eenvoudig met de hand te verwijderen. Omdat de zaden lang kunnen overleven is het verstandig om regelmatig te controleren en waar nodig aanvullende maatregelen te treffen. Compostering van het verwijderde materiaal wordt alleen aangeraden bij hoge composttemperaturen, anders kunnen zaden opnieuw ontkiemen.
Kortom
Kleefkruid heeft de reputatie van lastig onkruid, maar vervult tegelijk een nuttige rol in het ecosysteem en biedt voedingskundige en medicinale waarde. In plaats van het rigoureus te bestrijden, kan beheersing gecombineerd worden met waardering voor de functies die deze plant in de tuin en natuur vervult.
Heemst - een waardevol, maar kwetsbaar kruid!
Heemst (Althaea officinalis) is een elegante, grijsgroene en fluweelzachte plant.
De bladeren zijn meestal handvormig gelobd en worden 10-15 cm groot.
Van juni tot augustus bloeit heemst met prachtige witte tot lichtroze bloemen die 3-5 cm in doorsnee zijn.
Deze bloemen lijken sterk op die van de stokroos, een ander lid van de kaasjeskruidfamilie.
Heemst kan 1 tot 1,5 meter hoog worden, waardoor het een opvallende verschijning is.
Van nature groeit heemst in vochtige en voedselrijke grond, vaak langs sloten en rivieren en in moerassige gebieden.
Hoewel de plant in Noord- en West-Europa inheems is, staat deze in Nederland inmiddels als kwetsbare soort op de Rode Lijst.
Dit is zorgelijk en hopelijk kunnen wij natuurliefhebbers hier verandering in brengen! In (kruiden)tuinen kan heemst zich vestigen bij vijvers en in vochtige borders of perken.
De plant gedijt goed in zowel zon als halfschaduw en heeft een voorkeur voor lichtzure tot neutrale grond.
Heemst is al eeuwenlang bekend om zijn geneeskrachtige eigenschappen.
De wortel, bladeren en bloemen van de plant bevatten slijmstoffen die verzachtend en ontstekingsremmend werken. In de traditionele kruidengeneeskunde wordt heemst gebruikt bij keelpijn/-ontstekingen, (droge) hoest en maagklachten.
Een koud aftreksel van heemstwortels kan hierbij verlichting bieden.
Om dit te maken oogst je de wortels in de herfst, maakt deze goed schoon en snijdt ze in kleine stukjes.
Vervolgens giet je er koud water op, zodat alles onder water staat en dit laat je 8 uur trekken waardoor de slijmstoffen vrijkomen.
Dit slijmerig aftreksel, dat in de koelkast beperkt houdbaar is, kun je drinken. Wil je het langer bewaren, dan kun je er beter een siroop van maken.
In het Engels staat heemst bekend als ‘Marshmallow’. Het originele recept van dit snoepgoed maakt namelijk ook gebruik van een aftreksel van de wortels.
Dat werd gemengd met eiwit en suiker en vervolgens stijf geklopt en verwarmd om de bekende marshmallows te creëren.
Verder doen ook de jonge bladeren van de plant het goed in de keuken, bijvoorbeeld in salades of soepen.
Ze hebben een milde, lichtzoete smaak en bevatten veel vitaminen en mineralen.
Heemst biedt niet alleen voordelen voor de mens, maar ook voor de natuur.
De bloemen trekken bijen, hommels en andere bestuivers aan, wat bijdraagt aan de biodiversiteit.
Ook rupsen van verschillende vlindersoorten gebruiken de plant als waardplant.
Daarnaast helpt heemst, door zijn diepe wortels, bij het verbeteren van de bodemstructuur en het vasthouden van vocht, wat gunstig is voor het bodemleven. Hoewel heemst een prachtige en nuttige plant is, kan deze zich soms iets te enthousiast verspreiden.
Het is dus goed om de plant in de gaten te houden en indien nodig de zaden te verwijderen om verspreiding te beperken.
Tot slot kun je heemst eenvoudig vermeerderen door zaad te zaaien in het voorjaar of stekken te nemen in de zomer.